Tips en adviezen voor naasten

Een CVA komt altijd onverwacht. Vaak zijn er daarna problemen met lopen, spreken, begrijpen en/of gedrag. Dit kan grote gevolgen hebben voor het leven van u en uw naaste(n).

Als de algehele conditie verbetert, treden op verschillende vlakken verbeteringen op. Als de patiënten een intensief herstel- of revalidatieprogramma kan volgen, is de kans op verbetering groter. Ook op de langere termijn blijven verbeteringen mogelijk.

Algemene adviezen

  • Zorg voor voldoende rust en ontspanning voor uzelf.
  • Bespreek gerust uw problemen met deskundigen. Te denken valt bijvoorbeeld aan een (huis)arts, verpleegkundige of maatschappelijk werker.
  • Kijk niet alleen naar de onmogelijkheden maar vooral ook naar de mogelijkheden.


 
Bezoek

  • De patiënt is snel vermoeid en heeft, afhankelijk van de gevolgen van het CVA, veel te verwerken. Daarom ervaart hij bezoek al snel te druk. De patiënt ‘klapt’ dan vaak ‘dicht’ en valt helemaal stil. Beperk daarom het aantal bezoekers tot één of twee en beperk ook de duur van het bezoek.
  • Het is vermoeiend voor de patiënt om met meerdere personen tegelijkertijd te praten. Ook dat kan een goede reden zijn om het bezoek te beperken.
  • Bij bezoek kan het zijn dat de patiënt alleen luistert naar degene die aan zijn goede dus niet-aangedane- zijde zit. Houdt u daar rekening mee.

Communicatie met de patiënt

  • Leg een patiënt uit wat er met hem gebeurt, ook al denkt u dat hij het niet kan begrijpen.
  • Vertel de patiënt over de thuissituatie. Laat hem meedenken en beslissingen nemen (als dat kan).
  • Laat de patiënt zien wat u van hem verlangt als hij het niet begrijpt.
  • Spreek op een natuurlijke manier met de patiënt. Hij herkent stemfluctuaties – een kwade en gefrustreerde toon – maar ook goedkeuring. Bevestiging geven is belangrijk.

Tijdsbesef

  • Door de hersenbeschadiging weet de patiënt soms niet meer automatisch hoe lang iets duurt, hoe lang hij ergens is en welke dag of hoe laat het is.
  • Help de patiënt bewust te worden van de tijd. Een kalender en duidelijk zichtbare klok of wekker zijn hulpmiddelen hierbij.

Geheugen

Een patiënt weet zich vaak dingen van vroeger vrij goed te herinneren, maar kan nieuwe informatie niet altijd, of alleen gebrekkig, onthouden.

Er zijn echter ook patiënten die zich bepaalde dingen van vroeger juist niet herinneren.

  • Geef de patiënt informatie, ook al is dit een herhaling, in plaats van te controleren wat hij of zij nog weet.
  • Het onthouden van namen en woorden is voor sommige patiënten moeilijk. Dit hoort bij het ziektebeeld.
  • Noem de namen van bezoek. Verwacht echter niet dat alles kan worden onthouden.

Veranderingen in karakter en persoonlijkheid

Een deel van de gevolgen van een CVA is niet zichtbaar voor anderen. Het is echter wel heel goed merkbaar voor de naasten. Het gaat dan vooral om psychologische veranderingen: persoonlijkheids- of karakterveranderingen, maar ook een verminderde geheugenfunctie en verminderd begripsvermogen.

Een deel van de patiënten zal ontkennen dat er iets met hem aan de hand is. Anderen worden passief en doen weinig meer op eigen initiatief, of zijn niet meer in staat om structuur aan te brengen in hun leven.

Verder hebben sommige patiënten last van onbeheerst lachen en huilen, ‘dwanghuilen’ of ‘dwanglachen’. Probeer dit te accepteren en de patiënt hiervan af te leiden. Het kan zijn dat hij zich schaamt voor het oncontroleerbare gedrag.

De veranderingen in karakter en persoonlijkheid geven de partner en familie vaak het gevoel met een ‘vreemde’ te maken te hebben. Als u dat zo ervaart, bespreek dat dan met de neuropsycholoog. Aarzel niet om ondersteuning te vragen hoe u het beste om kan gaan met de huidige situatie.  

Overschatten van de eigen mogelijkheden

Sommige patiënten zijn zich als gevolg van het CVA niet bewust van hun beperkingen of zien er de ernst niet van in. Ze proberen dingen te doen die ze niet kunnen. Dit kan onveilige situaties opleveren.

  • Vraag aan de zorgverleners wat de mogelijkheden zijn.
  • Probeer hem van zijn tekortkomingen te overtuigen, maar vertel hem ook wat hij wel goed kan.

Problemen met de ruimtelijke waarneming

Iedereen heeft wel eens te maken met kleine foutjes in de ruimtelijke waarneming. U zet een koffiekopje net naast de tafel als u ondertussen de krant aan het lezen bent. Of u denkt dat er nog een trede van de trap komt terwijl u al op de grond staat. Een patiënt met een CVA in de rechter hersenhelft kan daar last van hebben. Hij verwart links en rechts of kan de afstand tot een bepaald voorwerp niet goed schatten. Soms kan hij de krant niet lezen, omdat hij steeds de plaats kwijt raakt waar hij is gebleven.

  • Attendeer hem op duidelijke herkenningspunten.
  • Gebruik mondelinge aanwijzingen als hij uw gebaren niet begrijpt.

Verwaarlozing (neglect)

Het kan voorkomen dat een CVA-patiënt minder attent is op één kant van het lichaam of deze zelfs verwaarloost. Dit noemen we een neglect. Bij patiënten met een beschadiging aan de linkerkant van de hersenen kan dit neglect optreden aan de rechterkant van het lichaam. Bij patiënten met een beschadiging aan de rechterkant van de hersenen zal het neglect juist aan de linkerkant optreden.

Neglect betekent dat een patiënt de meeste signalen die aan de aangedane lichaamszijde binnenkomen, niet goed herkent of er niet op reageert. Dit geldt zowel voor geluiden, prikkels, letters of zinnen tijdens het lezen als voor voorwerpen.

Soms leest de patiënt bijvoorbeeld alleen het rechter- of linkerdeel van een woord of een zin. Iemand met een beschadiging in de rechter hersenhelft leest het woord ‘tafel’ bijvoorbeeld als ‘fel’. Hij tekent alleen de rechterkant van een kruis of een poppetje.

Het kan zijn dat de patiënt u negeert wanneer u vanaf de aangedane kant tegen hem praat. Als u daarna omloopt naar de andere kant of recht voor hem gaat staan, ervaart hij het alsof u net binnengekomen bent.

Tijdens het eten eet de patiënt bijvoorbeeld alleen de ene helft van zijn bord leeg. De ogen en oren zelf zijn niet beschadigd, maar de linkerkant bestaat in zijn beleving niet. Harder praten heeft dan ook geen zin.

  • Wijs de patiënt steeds op allerlei dingen die aan de kant staan die hij negeert, want door het draaien van zijn hoofd ziet en hoort hij de dingen aan die kant wel.

Steun voor de familie en naasten        

Steun van de omgeving is erg belangrijk voor een CVA-patiënt. Er is veel veranderd voor de patiënt, maar ook voor u als naaste. U moet als het ware uw leven opnieuw vorm geven. Hulp of steun van andere mensen daarbij kan heel waardevol zijn. Wanneer mensen hulp aanbieden (huishouden, boodschappen doen, vervoer), sla dit dan niet direct af.

Vaak zegt de partner van een patiënt: “Het is mijn man/vrouw niet meer, maar heel iemand anders”. Als het u teveel wordt, kan het prettig zijn uw hart te luchten bij een goede vriend of vriendin. Daarnaast zijn er de huisarts, de psycholoog, de thuiszorg of het maatschappelijk werk die u kunnen helpen. Een andere mogelijkheid is lotgenotencontact. U vindt er herkenning en erkenning van uw situatie. De Nederlandse CVA-vereniging en de Afasievereniging Nederland ondersteunen en geven informatie.

U kunt ook begeleiding krijgen als partner of als gezin hoe om te gaan met de gevolgen van de CVA. Neemt u daartoe contact op met bijvoorbeeld Ons Welzijn (www.ons-welzijn.nl) of telefoonnummer 088-3742525. Zij kunnen u adviseren en kunnen ook hulp voor u regelen.