Diagnose

Alleen een specialist met voldoende kennis op het gebied van de ziekte van Parkinson mag de diagnose stellen. Als een (huis)arts denkt dat een patiënt lijdt aan deze ziekte moet de patiënt gezien worden door een gespecialiseerde neuroloog.

Tijdens de onderzoeken van de neuroloog kan op basis van een gesprek en lichamelijk onderzoek de diagnose met grote mate van zekerheid worden vastgesteld. Een goede reactie op het gebruik van de stof Levodopa of apomorfine helpt daarbij. Bij elke patiënt waarbij de arts vermoedt dat hij lijdt aan de ziekte van Parkinson, maar waarvan hij het niet zeker weet of die niet reageert op bovengenoemde medicatie, wordt nader onderzoek gedaan om andere oorzaken van parkinsonisme uit te blijkven. Bijvoorbeeld met een CT-of MRI-scan.  Deze onderzoeken kunnen de ziekte van Parkinson niet aantonen maar is vooral nodig om andere oorzaken uit te sluiten.